Wij kijken verder dan de zaak

Wie bewijst wat en waarmee?

Geplaatst:  6 mei 2019

Leestijd:  4 minuten

In procedures gaat het vaak meer over bewijs dan over waarheid. Maar wat zijn eigenlijk de regels voor bewijs?

Casus

Een man stelde dat hij een deel van de koopsom (buiten de notaris om) had geleend aan de koper. Hij liet aan de rechter een geldleningsovereenkomst zien met twee handtekeningen op de tweede bladzijde, van hemzelf en van de geldlener. De wederpartij zei dat de handtekening wel de zijne was, maar dat de tekst die boven de handtekening stond er niet stond toen hij zijn handtekening zette. De Rechtbank wees de vordering van de man toe en redeneerde: diegene die zegt dat een stuk vals is, moet dat bewijzen. En als hij daarin niet slaagt, dan verliest hij de procedure.

In hoger beroep ging het Gerechtshof een heel andere kant uit. Het Hof vond dat er geen sprake was van een echte akte, maar van een stuk dat alleen op de tweede bladzijde was getekend. Daarmee had de eerste bladzijde in de ogen van het Hof geen enkele bewijskracht. Omdat de eiser geen ander bewijs had dan alleen het tweede blad van een overeenkomst, vond het Hof dat hij niet had kunnen bewijzen dat er überhaupt een overeenkomst was gesloten en wees de vordering helemaal af.

Hoge Raad

De Hoge Raad vond echter dat er wel degelijk sprake was van een akte. Ook een overeenkomst die bestaat uit twee bladzijden en alleen getekend is op de tweede bladzijde kan een akte zijn en vormt daarmee in zijn totaliteit wel het bewijs van een overeenkomst. Als de wederpartij zegt dat het wel zijn handtekening is, maar dat de tekst niet gelijk is aan de tekst die er stond toen hij zijn handtekening zette, dan mag die wederpartij dat bewijzen. En als hij dat niet kan, dan moet de eiser dus in het gelijk worden gesteld.

Je zou dus verwachten dat de Hoge Raad alsnog de eiser in het gelijk zou stellen, maar de Hoge Raad was nog niet klaar. Zij voegt er heel duidelijk aan toe dat het echter zo kan zijn dat de rechter door andere zaken (onregelmatigheden in de tekst of bijv. onwaarschijnlijkheden in het verhaal van de eiser) toch vindt dat de akte vals is. In dat geval moet degene die zich op de akte beroept bewijzen dat de akte echt is. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het Hof om eerst maar eens te bepalen of de rechter vindt dat de overeenkomst vals is. En dan zal de eiser toch uitleg moeten geven over waarom een belangrijk deel van de koopsom niet in de koopakte van de notaris stond…

Als de geldlener gezegd had dat het niet zijn handtekening was, dan had hij de bewijslast daarvan gehad en naar alle waarschijnlijkheid de procedure verloren. Nu hij zei dat het wel zijn handtekening was, maar dat de tekst niet klopte met wat er stond toen hij tekende, pakte het heel anders uit. De uitkomst van een procedure wordt dan ook vaak bepaald door wie de bewijsopdracht krijgt en daarna pas door wat bewezen moet worden.

Wenst u meer informatie over het voorgaande? Neem dan gerust contact met ons op. U kunt ons bereiken via 0318-522404, of stuur een e-mail naar info@boersadvocaten.nl

 


Terug naar overzicht

Onze advocaten helpen u graag verder. Wat kunnen we voor u doen?

Contact opnemen