Wij kijken verder dan de zaak
Geplaatst: 30 april 2026
Leestijd: 5 minuten
Het aanpassen van de huurprijs van een winkelruimte of horecapand is in Nederland allesbehalve eenvoudig geregeld. Veel verhuurders en huurders krijgen vroeg of laat te maken met het wettelijke systeem, dat vaak leidt tot langdurige en kostbare procedures. Maar is dat eigenlijk wel nodig? En zijn er manieren om het slimmer te regelen?
Voor winkelruimte en horeca geldt een zogenoemde semi-dwingendrechtelijke regeling. Dit betekent dat de wet (met name artikel 7:303 BW) voorschrijft dat een huurprijs pas kan worden aangepast nadat een overeengekomen huurperiode van vijf jaar is verstreken (en daarna telkens na vijf jaar).
Als verhuurder en huurder het onderling niet eens worden over een nieuwe huurprijs, kan een van beide partijen de kantonrechter inschakelen. Vaak moet daar eerst nog een stap aan vooraf gaan: het door de rechter benoemen van een onafhankelijke deskundige, zoals een makelaar of taxateur (artikel 7:304 BW).
De rechter stelt vervolgens de huurprijs vast aan de hand van de gemiddelde huurprijs van vergelijkbare panden over een periode van de afgelopen vijf jaar.
Hoewel dit systeem bedoeld is om objectiviteit te waarborgen, brengt het in de praktijk vaak nadelen met zich mee. Procedures zijn namelijk kostbaar, het traject duurt lang en de uitkomst is onzeker, zeker bij horecapanden.
In een ideale situatie komen verhuurder en huurder er samen uit. Dat is sneller, goedkoper en voorkomt juridische procedures. In de praktijk blijkt echter dat dit lang niet altijd lukt. Zeker wanneer belangen te ver uiteenlopen, kan het lastig zijn om tot overeenstemming te komen.
Een logische vraag is dan: kun je vooraf iets regelen in het huurcontract om dit proces te vereenvoudigen?
Het antwoord is: ja, dat kan.
Partijen kunnen in de huurovereenkomst afspraken maken over een alternatieve huurprijswijziging, bijvoorbeeld:
(zoals makelaars of taxateurs)
Op papier lijkt dit een praktische en efficiënte oplossing. Toch zit er een belangrijke kanttekening aan.
Omdat de wettelijke regeling semi-dwingend is, heeft de huurder een bijzondere positie. Als er een afwijkende afspraak is gemaakt, mag de huurder namelijk kiezen:
Voor verhuurders kan dit erg frustrerend zijn. Zij zijn dan afhankelijk van de keuze van de huurder en kunnen niet afdwingen dat de afgesproken regeling wordt gevolgd. Dit kan leiden tot strategisch gedrag en onnodige complicaties.
Gelukkig is er een manier om dit probleem te ondervangen.
Verhuurder en huurder kunnen vóór het definitief sluiten van het huurcontract hun afwijkende afspraak voorleggen aan de kantonrechter. Als de rechter deze afspraak goedkeurt, krijgt deze voorrang op de wettelijke regeling.
Het resultaat:
De wettelijke regeling rondom huurprijswijziging bij winkelruimte en horeca lijkt duidelijkheid te bieden. Maar in de praktijk leidt dit vaak tot complexe en kostbare procedures. Door vooraf slimme afspraken te maken, en deze te laten goedkeuren door de kantonrechter, kunnen verhuurders en huurders veel onzekerheid en frustratie voorkomen.
Wie dit goed regelt aan de voorkant, bespaart vaak een langdurig juridisch traject achteraf.
Wilt u als verhuurder of huurder zeker weten dat uw huurovereenkomst juridisch goed in elkaar zit en toekomstige discussies voorkomt? U kunt altijd bij onze huurrecht advocaten uit Veenendaal terecht. Neem contact op met onze advocaat, mr. Louis de Boef, via lldeboef@boersadvocaten.nl of telefonisch via 0318 50 90 85.